De ondergang van Koningsbergen (1944-1948)

Sovjet-tanks rijden Koningsbergen binnen De ondergang van Koningsbergen voltrok zich in snel en uiterst destructief tempo. Waar de stad de Tweede Wereldoorlog bijna tot het einde geheel ongeschonden had doorstaan, dienden de eerste tekenen van vernietiging zich halverwege 1944 spoedig aan. In een periode die tot ongeveer april 1948 duurde, onderging de stad vervolgens een noodlottige metamorfose.

In twee golven van vernietigende nachtelijke aanvallen met fosforbommen legde de Britse Royal Air Force tussen 26 en 30 augustus 1944 al bijna veertig procent van de stad in puin. Ongeveer 2.400 burgers lieten hierdoor het leven. Met name bij de tweede aanval, gericht op het oude, dichtbebouwde stadscentrum, werd veel schade aangericht. Een totale verwoesting van de Pruisische Kroningsstad was hiermee nog niet in gang gezet, maar zou niet lang op zich laten wachten.

De Russische aanval

Vermoorde Duitse burgers in Nemmersdorf Sinds de vernederende Duitse nederlagen bij Stalingrad en Koersk slaagde de andere vijand van Nazi-Duitsland, de Sovjet-Unie, erin om de Duitse troepen in een uiterst snel tempo van de eigen bodem te verdrijven. Dit leidde er uiteindelijk toe dat het Rode Leger op 16 oktober 1944 voor de eerste maal Duitsland zelf binnendrong in het meest oostelijke stuk van het land, Oost-Pruisen. Enkele grensdorpen vielen aan de haast beestelijke wreedheid van de Russen ten prooi, waarbij vooral de bewoners van het grensdorpje Nemmersdorf (Majakovskoje) het zwaar moesten ontgelden.

Niettemin slaagde het 4e Duitse leger erin de Russen terug te drijven. Hierdoor werd op 27 oktober de eerste aanval op de Heimat uiteindelijk afgeslagen, overigens mede vanwege de hevige regen en het modderige terrein dat hierdoor ontstond. Het zou slechts uitstel van executie blijken. Hoewel in november 1944 nog enige confrontaties tussen Russische en Duitse troepen waren in Koerland, gebruikte het Russische leger de maanden november en december in de eerste plaats om zich opnieuw te organiseren. Bovendien werd een tactisch plan uitgedacht om geheel Oost-Pruisen snel en gemakkelijk te veroveren.

Een hernieuwd offensief

Op 13 januari 1945 hervatte de USSR haar aanval op de Pruisische provincie. Terwijl het 3e Wit-Russische front zich vanuit het oosten een weg baande door de Duitse stellingen, maakte het 2e Wit-Russische front een omtrekkende zuidwaartse beweging. Koningsbergen, centraal in Oost-Pruisen gelegen, werd hierdoor in de tang genomen.

De Russen boekten aanvankelijk een enorme progressie, waardoor de omsingeling van de stad Koningsbergen al op 26 januari geheel voltooid was. Het 4e Duitse leger vocht echter voor wat het waard was, waardoor de route richting het badplaatsje Pillau (Baltiesjk) op 20 februari werd terugveroverd. Foto uit 1948 van verdrevenen in Noordwest-Duitsland Hoewel deze zege de Russische inname van Oost-Pruisen zeker niet zou afwenden, was zij toch van groot belang. De evacuatie van praktisch alle op de vlucht geslagen Oost-Pruisen verliep geheel langs deze route. Vanuit Pillau werden velen van hen per schip naar Danzig (Gdańsk) of Gotenhafen (Gdynia) vervoerd, van waaruit zij verder westwaarts ‘Heim ins Reich‘ gebracht werden.

In Koningsbergen zelf was generaal Otto Lasch uit naam van Hitler benoemd tot Festungskommandant von Königsberg door de reeds naar Pillau gevluchte Gauleiter Erich Koch. Lasch kreeg van Hitler de opdracht mee Koningsbergen tot het bittere eind te verdedigen en de stad onder geen beding op te geven. In een poging deze schier onmogelijke opdracht enige kans van slagen te geven, liet de nieuwbakken vestingscommandant door de Volksstrum om de stad heen extra loopgraven graven. Ook liet hij door hen schuttersputjes en mijnenvelden aanleggen.

De ondergang van Koningsbergen

Eind maart maakte het Rode Leger zich op voor de definitieve aanval op Koningsbergen en de smalle ‘vluchtstrook’ naar Pillau. Het heldhaftig vechtende Duitse 4e leger was op 26 maart 1945 definitief in de pan gehakt, waardoor nu alle aandacht op de verovering van de vestingstad zelf gericht kon worden.

Op 2 april startten de Russen, onder leiding van generaal Aleksandr Vasilevski, met een aanval op de forten en bunkers die onderdeel uitmaakten van de door de Volkssturm opgetrokken linie. Zonder enige moeite werden deze onder de voet gelopen. Op 5 april bombardeerden Russische vliegtuigen Koningsbergen om de laatste grote aanval in Oost-Pruisen voor te bereiden.

Om half acht ‘s ochtends begon op 6 april de aanval die de definitieve ondergang van Koningsbergen zou inluiden. In een niet-aflatende regen van mortieren en granaten vochten de Sovjets zich zonder enige moeite een weg de stad in. De uit de negentiende eeuw stammende vestingwerken waren totaal niet opgewassen tegen de woede van de Russische vijand, waardoor het Rode Leger met het vallen van de avond al tot de Koningsberger binnenstad was doorgedrongen.

In de dagen die volgden, vochten de Sovjettroepen zich straat voor straat door de stad. Hierbij werd liefst negentig procent van alle gebouwen compleet Koningsbergen direct na de Russische aanva verwoest. Nadat zelfs de Duitse soldaten begonnen te vluchten en uit vele gebouwen witte vlaggen hingen, besloot Festungskommandant Lasch dat overgave de enige optie was. Op 9 april 1945 ondertekende hij om 21:30 uur daarom, tegen de orders van Hitler in, de capitulatie van de stad. De Führer veroordeelde Lasch hierom bij verstek tot de dood en liet zijn familie arresteren.

Na de overgave

Tijdens het grote Russische offensief werd op Conferentie van Jalta afgesproken dat de noordelijke helft van Oost-Pruisen na de oorlog aan de USSR zou toekomen. Koningsbergen behoorde tot deze helft en werd daarom na de inname in rap tempo gerussificeerd. Al in mei 1945 stonden op bijna alle straathoeken van de stad luidsprekers die in het Russisch Sovjetpropaganda verkondigden. Ook werden alle Duitstalige straatnaambordjes vrijwel direct vervangen. De Russen sloopten bovendien praktisch alle ruïnes van historische Pruisische bouwwerken, waardoor de stad onherkenbaar verminkt werd. Op 17 oktober 1945 werd de noordelijke helft van Oost-Pruisen vervolgens officieel geannexeerd.

In juli 1946 besloot de communistische partij in Moskou om de stadsnaam van ‘Koningsbergen’ in ‘Kaliningrad’ te veranderen. Ongeveer een jaar hierna, in oktober 1947, volgde een decreet dat alle achtergebleven Duitsers (voor zover niet omgekomen door hongersnood, ziekten of – naar vermoed wordt – kannibalisme) naar de BRD of DDR te deporteren. Dit leidde ertoe dat in april 1948 praktisch elke verwijzing naar het oude Koningsbergen voorgoed was verdwenen.